Ook als aan alle vereisten is voldaan om failliet te worden verklaard, kan een verzoek daartoe worden afgewezen. Dat is mogelijk als een redelijk belang bij het verzoek ontbreekt. Daarvan zal in het bijzonder sprake zijn als het gebruik van de bevoegdheid om het eigen faillissement aan te vragen misbruik van recht oplevert. Dit oordeelde de rechtbank Den Haag in haar vonnis van 3 januari 2019.

In de zaak waar de rechtbank Den Haag over moest oordelen was niet gesteld of gebleken dat de vennootschap haar eigen faillissement heeft aangevraagd omdat zij haar crediteuren niet meer kon betalen. De rechtbank overwoog in dit verband dat er voldoende liquiditeiten waren om de gewone schuldeisers te voldoen en op de zitting verklaarde de financieel directeur dat de intercompany vorderingen al jaren in rekening-courant werden geboekt. Er was niet gesteld of gebleken dat die vorderingen door de overige groepsvennootschappen waren opgeëist en betaling daarvan was afgedwongen en/of executiemaatregelen dreigden. Dat het om opeisbare vorderingen zou gaan deed er volgens de rechtbank niet toe.

Op de zitting was verder gebleken dat de moedermaatschappij/de groep niet langer bereid was aanvullende financiering aan de vennootschap te verstrekken. Ook dit betekent volgens de rechtbank niet zonder meer dat de vennootschap belang heeft bij haar eigen faillissement.

Ook was nog betoogd dat de vennootschap structureel verlies zou lijden en dat pogingen om (onderdelen van) de onderneming te verkopen zijn mislukt. De vennootschap zou klaar zijn voor een faillissement waarna de activiteiten door andere partijen in de markt zouden kunnen worden opgepakt. Er was niet gekozen voor een surseance van betaling omdat dit een verkeerd signaal naar de markt zou zijn aldus de vennootschap. Retailers zouden er van doordrongen moeten zijn dat zij terstond op zoek moesten gaan naar een andere dienstverlener. De rechtbank maakte hieruit op dat de bevoegdheid om het eigen faillissement aan te vragen is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is bedoeld. Een faillissement is niet bedoeld om “een signaal naar de markt af te geven”.

Volgens de rechtbank was het bestuur van de vennootschap het er om te doen dat haar onderneming zou worden beëindigd. Er was niet voor andere wettelijke mogelijkheden gekozen om de vennootschap af te wikkelen en te beëindigen. Hierdoor kreeg de rechtbank de indruk dat het verzoek tot faillietverklaring is gebruikt om op eenvoudige wijze van duurovereenkomsten af te komen, waaronder 180 arbeidsovereenkomsten en vier huurovereenkomsten. De rechtbank was het niet met de vennootschap eens dat een faillissement in dit geval de enige nette uitweg was.

Mochten er naar aanleiding van deze blog vragen zijn, aarzel dan niet om mij te bellen.