Doel van faillissementsverhoor

De Hoge Raad heeft op 23 december 2016 een arrest gewezen waarin hij moest oordelen over de vraag of het oproepen van een bestuurder en accountant voor een faillissementsverhoor misbruik van bevoegdheid oplevert.

Artikel 66 Faillissementswet geeft de rechter-commissaris een ruime bevoegdheid om getuigen te horen ter opheldering van alle omstandigheden van het faillissement.

Artikel 105 Faillissementswet verplicht de gefailleerde voor de rechter-commissaris te verschijnen en deze alle inlichtingen te verschaffen, zo vaak als hij daarvoor wordt opgeroepen. Ook dit artikel geeft de rechter-commissaris een ruime bevoegdheid, die zich mede uitstrekt tot bestuurders en commissarissen van een gefailleerde rechtspersoon op grond van artikel 106 Faillissementswet.

De rechter-commissaris kan op eigen initiatief en op verzoek van derden van de hiervoor genoemde bevoegdheden gebruik maken. De rechter-commissaris hoeft niet te motiveren waarom hij overgaat tot een faillissementsverhoor. Evenmin hoeft de rechter-commissaris vooraf kenbaar te maken welke onderwerpen hij wil bespreken en welke vragen hij overweegt te stellen.

Het doel van artikel 66 en 105 Faillissementswet isĀ om opheldering te verkrijgen over alle omstandigheden van het faillissement. Dit betekent dat sprake kan zijn van misbruik van de in deze artikelen gegeven bevoegdheden indien die door de rechter-commissaris worden gebruikt voor een ander doel dan het verkrijgen van de hiervoor bedoelde opheldering. Dit geldt met name indien dit doel is het vergaren van gegevens ten behoeve van een gerechtelijke procedure tegen de gefailleerde of een bestuurder of commissaris van de gefailleerde.

Als uitgangspunt geldt dat voor dit laatste doel het voorlopig getuigenverhoor of het getuigenverhoor gebruikt moet worden. Dit in verband met de wettelijke rechten en waarborgen die daaraan voor de te horen getuigen zijn verbonden. Een getuige kan zich bijvoorbeeld beroepen op het verschoningsrecht als de getuige zich met het beantwoorden van een bepaalde vraag, zichzelf of een naaste aan een strafrechtelijke veroordeling zou blootstellen.

Het ontbreken van al deze rechten en waarborgen verklaart waarom het onaanvaardbaar is dat het faillissementsverhoor wordt ingezet (uitsluitend) als opmaat naar een aansprakelijkheidsprocedure en waarom het gelasten van een faillissementsverhoor in dat geval als misbruik van recht is aan te merken.

Mocht u bijvoorbeeld als bestuurder van een gefailleerde vennootschap worden opgeroepen en u wilt overleggen met een ter zake deskundige advocaat, aarzel dan niet om contact op te nemen met Steven Kroesbergen.

 

Door |2018-03-03T13:04:40+00:00juli 22nd, 2017|Blog|0 Reacties